Home

Main Menu

Key Concepts

Voor de rechter
Voor de rechter - Opmerkingen proces-verbaal PDF Afdrukken E-mail
woensdag 27 augustus 2008 07:41
Artikelindex
Voor de rechter
De tenlastelegging
Wat nu?
Mijn verklaring voor de rechter
Reactie rechter
Opmerkingen proces-verbaal
Alle pagina's

Opmerkingen t.a.v. het proces-verbaal.
Ik wil graag een paar zaken opmerken over het proces-verbaal.

  1. Allereerst staat op het voorblad te lezen dat het hier gaat om een proces-verbaal relatief schoolverzuim. Op datzelfde blad staat te lezen onder “Verdacht van overtreding van: artikel 2 en artikel 4 van de Leerplichtwet 1969 (absoluut schoolverzuim)”. Waarom gaat het hier nu?
  2. Op datzelfde blad staan als verdachten vermeld: Ledderhof, John Paul, en ondergetekende, Wissink, Rudi. Van de verbalisante, een leerplichtambtenaar van de gemeente Hengelo, heb ik bij het verhoor begrepen dat ook de voogd van mijn pleegzoon, Bureau Jeugdzorg Overijssel, in de persoon van de heer K., als verdachte is gehoord. Ik heb echter begrepen dat Bureau Jeugdzorg niet is gedagvaard. De reden daarvan is mij niet bekend, maar ik vind dit zeer vreemd.
  3. Op de eerste pagina van het proces-verbaal staat te lezen in de vierde alinea: “John woont bij zijn ouders”. Dit is onjuist. John woont al sinds 5 augustus 1989 (dus ruim 17 jaar) in het pleeggezin, waarvan ik een van de pleegouders ben.
  4. In de navolgende zin staat te lezen dat “Buro Jeugdzorg Overijssel als gezinsvoogd is aangesteld voor John.” Bureau Jeugdzorg Overijssel is niet de gezinsvoogd, maar de voogd omdat hier sprake is van een door de kinderrechter in 1989 uitgesproken algehele voogdijmaatregel. Het betekent ook dat Bureau Jeugdzorg Overijssel de wettelijk vertegenwoordiger is van onze pleegzoon, John Ledderhof, en dat zij het gezag over hem uitoefent. Dat heeft o.m. tot gevolg dat pleegouders bijvoorbeeld niet gerechtigd zijn te tekenen voor een schoolinschrijving van pleegkinderen en dat Bureau Jeugdzorg in dit soort gevallen de inschrijving dient te verzorgen en te ondertekenen.
  5. In de volgende zin staat vermeld dat “zowel John als zijn ouders voor het absoluut verzuim verantwoordelijk kunnen worden gesteld”.
    In de Leerplichtwet 1969, artikel 2, lid 1 staat echter: "Degene die het gezag over een jongere uitoefent, en degene die zich met de feitelijke verzorging van een jongere heeft belast, zijn verplicht overeenkomstig de bepalingen van deze wet te zorgen, dat de jongere als leerling van een school is ingeschreven en deze school na inschrijving geregeld bezoekt. Bij de inschrijving wordt een van overheidswege verstrekt document of een bewijs van uitschrijving van een andere school overgelegd waarop de gegevens van de jongere betreffende zijn geslachtsnaam, voorletters, geboortedatum, geslacht en sociaal- fiscaalnummer of bij gebreke daarvan zo mogelijk zijn onderwijsnummer zijn vermeld. Indien de in de eerste volzin bedoelde personen bij de inschrijving aannemelijk hebben gemaakt dat zij geen sociaal-fiscaalnummer of onderwijsnummer van de jongere kunnen overleggen, leggen zij het sociaal-fiscaalnummer of onderwijsnummer van de jongere over aan de school zodra zij daarvan kennis hebben verkregen.”
    Hierin wordt het kind als zodanig niet genoemd. Dus concludeer ik dat John onterecht als verdachte is aangemerkt. Dat blijkt ook later, want hij is niet gedagvaard. Bureau Jeugdzorg daarentegen, als degene die het gezag uitoefent, had volgens mij wel gedagvaard moeten worden. Nu krijg ik de indruk dat degene die wettelijk verantwoordelijk is voor mijn pleegzoon niet op diens verantwoordelijkheid wordt aangesproken. Ik ben als pleegouder slechts een vrijwillig uitvoerder van de zorg van TRIAS Jeugdhulp, de voorziening voor pleegzorg en mág niet eens de schoolinschrijving van onze pleegkinderen doen.
  6. Op diezelfde pagina staat vermeld onder verdachten, Wissink, Rudi Emiel: “(stief)vader van John”. Voor zover nog niet duidelijk: ik ben niet Johns biologische vader, ik ben niet zijn stiefvader, maar ik ben zijn pleegvader, al sinds 1989 en heb dus geen enkele wettelijke bevoegdheid over John.
  7. Naar aanleiding van het op pagina 2 vermelde gespreksverslag met de voogd wil ik het volgende opmerken: Op 26 januari 2006 hebben de voogd van Bureau Jeugdzorg, de heer K., en ik samen met John een gesprek gevoerd met de heer Diepenmaat, opleidingscoördinator van de Stichting Leerwerkprojecten te Oldenzaal. In dat gesprek zijn de volgende afspraken gemaakt:
    1. John zal daar de ROC-opleiding Assistent Meubelmaker/machinaal houtbewerker van de stichting Hout en Meubel volgen gedurende een dag per week. De kosten van deze opleiding bedragen € 196,35 per schooljaar.
    2. John zal daar de overige dagen praktijk volgen, waarbij begeleiding zal worden verleend door mensen van TopCraft. Deze begeleiding kost € 18,75 per dag.
    3. De heer K. zegt toe de kosten van begeleiding te zullen betalen volgens de regeling Flexgelden 2006.
    4. De heer Diepenmaat zegt toe een offerte te zullen sturen aan Bureau Jeugdzorg met daarin de kosten van de ROC-opleiding en de kosten van de begeleiding. Deze offerte is op 6 februari 2006 aan ondergetekende en Bureau Jeugdzorg verzonden.
    5. De heer Diepenmaat zal John een overeenkomst laten tekenen met daarin de regels waaraan John zich dient te houden. Dit is ook gebeurd.
  8. Ik ben gehoord door een leerpichtambtenaar, die als buitengewoon opsporingsambtenaar is beëdigd. Zij is een collega van de leerplichtambtenaar die de hele kwestie behandelt. Haar vragen zijn niet bepaald objectief. Integendeel: zij maakt gebruik van een handgeschreven lijstje met vragen, die bepaald suggestief en subjectief zijn te noemen. Als ik daartegen bezwaar maak, verandert ze haar manier van vragen stellen. Na het verhoor, en na voorlezing ervan door haar, vraag ik om een afschrift. Dat kan ik niet krijgen. Ik hoef het verhaal ook niet te ondertekenen.
  9. Op mijn verzoek om bij het verhoor van John aanwezig te mogen zijn, krijg ik als antwoord dat dat niet mag. Het verhoor van John vindt plaats onder vier ogen.
  10. Ondanks het feit dat ik gehuwd ben in gemeenschap van goederen, en ik dus samen met mijn vrouw het huishouden run van het gezin, waarvan ook John als pleegkind deel uitmaakt, is mijn vrouw niet gedagvaard.

Wordt vervolgd...



Laatste aanpassing op donderdag 04 september 2008 15:28
 
Advertentie